Archief voor januari 2013

vrijdag 4 januari 2013 

Rianne Belder, een heel lieve vriendin van ons, is op vakantie naar Kreta geweest en laat me de foto’s zien. Op ééntje staat ze met een hoedje op, lange blauwe jurk aan, op een rotsblok bij de zee. ‘Oh, zo zou ik je wel willen schilderen!’ roep ik uit. Ze zou zich heel erg vereerd voelen als ik dat wilde doen, zegt ze. Maar ze moet toch nog een héle tijd wachten voor het zo ver is. Eerst schilder ik Floris. Daarna zet ik een doek op de ezel. Ik weet precies hoe ik het wil gaan doen: het hoedje wil ik in 3D maken. Van fimoklei. En het liefst ook nog iets met stof erin verwerkt. Niet in het hoedje, maar de jurk of zo… Ik zet het doek ‘liggend’ neer en teken de horizon.

Nee, staand is toch mooier, denk ik. Dus gum ik de horizon weer weg en draai het doek een slag. Een nieuwe horizon. En dan staat het doek daar maanden lang zonder dat er iets mee gebeurt.  De zomervakantie is door onze Afrikareis te gevuld om nog te kunnen schilderen. En de herfstvakantie te kort door alle dingen die ik er in plan…

Een vrije schilderdag besteed ik aan het schilderij van Justine. En ook nog een dag in de kerstvakantie.

zee met wolkenlucht

Maar nu het schilderij van Justine er in grote lijnen is, zit ik in een schilderflow en haal het doek met de horizon -dat vanwege de kerstversieringen met ezel en al naar boven was verhuisd- weer naar beneden. Eerst schilder ik de lucht en de zee, allemaal in blauwe en groenachtige tinten. Het hele aanrecht staat vol met blauwe tubes en potten. In een mum van tijd heb ik de achtergrond klaar. Zo, dat is dat!

Nu Rianne nog. En het hoedje. En de stof. O ja, ze wil ook nog graag een dolfijn erbij, haar lievelingsdier. Ineens weet ik niet meer hoe ik verder moet. Als ik Rianne er gewoon ‘plat’ in schilder, kan ik niets met het hoedje. En wat doe ik met de jurk? Ik zet nog maar eens een pot thee, maar zelfs die brengt deze keer geen inspiratie. Laat ik er maar een nachtje over slapen…

De volgende ochtend weet ik het: ik schilder Rianne op stevig aquarelpapier en knip haar uit. Van gele fimoklei modelleer ik een hoedje met bloem en bak het in de oven. Om het er goed in te laten passen moet ik een stuk van haar hoofd knippen. Oei, wat eng! Ik bedenk er een arm bij die de hoed vasthoudt, want het waait er behoorlijk. 😉 Dat moet ook aan haar kleding te zien zijn. Maar ik durf de  rok niet van stof te maken, hoewel ik een stuk mooi blauwe crêpe satijn heb. Ik zit er een poosje mee te frommelen en te passen en te meten. Maar het wordt niks. Dan knip ik een stukje blauw-groene organza af en maak er een omslagdoek van. Die stop ik onder haar ene arm. Dan ga ik de achterkant zorgvuldig met lijm insmeren en plak Rianne op het rotsblok. Het puntje van de andere kant van de omslagdoek plak ik vast en nu lijkt het net of de wind die bol blaast. Ja, precies wat ik bedoel!

nog niet helemaal klaar...

De dolfijn schilder ik ook op aquarelpapier en knip hem uit. Om hem nat uit de golven te laten springen smeer ik hem helemaal in met lijm. Oh, jammer, nu loopt zijn zwarte bek een beetje uit… Als alles helemaal droog is, zet ik het schilderij op de ezel en ga er op een afstandje naar kijken. Best leuk, ja.

Jorrit vindt hem ook leuk, zegt hij. Walter heeft het alleen over de dolfijn die ‘er uitspringt’. Nou ja…

Ik hoop dat alles blijft plakken. En natuurlijk moet ik hem nog wat verder afwerken. Nog wat structuur in de rotspartij, Rianne nog wat verfijnen. Maar ik zet de foto er alvast bij. Dan kan Rianne hem zien!

Natuurlijk vraag ik Jorrit of hij -net als bij nog zoveel andere verhalen- ook hier een mooie foto van wil maken!

Een paar dagen later: die Rianne toch. Waait het zo hard, maar haar omslagdoek fatsoenlijk vasthouden, ho maar! Ik merk dat ik bij het schilderen de realiteit soms uit het oog verlies. Jorrit zegt altijd dat mijn schilderijen surrealistische trekjes hebben. Zelf noem ik het ‘naïef’.